St. Michiels- en St. Goedelekathedraal

De tweede dag van ons bezoek aan Brussel maken we een wandeling aan de oostkant van de stad met een beklimming van de Koudenberg, sinds jaar en dag het regeringscentrum van alles waar Brussel hoofdstad van was. Dat begon met het al in de 11’de eeuw gebouwde kasteel van graaf Lambert II van Leuven en Brussel, bijgenaamd Balderik (ca. 992-1054). Dit Kasteel op de Coudenberg (vermoedelijk genoemd naar de koude noordenwind die hier kon heersen) speelde bij de ontwikkeling van het hertogdom Brabant vanaf 1183 een belangrijke rol.

Waar een paleis staat moet natuurlijk ook een kerk zijn en dat leidde vanaf 1226 tot de bouw van de gotische St. Michielskathedraal, om de verhoudingen tussen het hertogelijk en het bisschoppelijk gezag duidelijk te maken nabij de voet van de Koudenberg, op de lagere Molenberg, maar wel op een gunstige plaats aan het kruispunt van twee belangrijke wegen. Al eerder stond er een kerk en daarin werd het kapittel van St. Goedele gesticht. De nieuwe kathedraal kreeg dan ook een kapel gewijd aan deze lokale heilige uit de 7’de eeuw.

De bouw duurde bijna 300 jaar en desondanks traden fouten in de constructie op die pas bij de laatste restauratie aan het eind van de vorige eeuw opgelost konden worden. Daarnaast werden in die tijd door een herindeling in de bisschoppelijke hiërarchie het aartsbisdom Mechelen en het bisdom Brussel samengevoegd, zodat dit een cokathedraal geworden is. Sinds een jaar of 20 is St. Goedele ‘gepromoveerd’ en heet de kerk officieel de Collegiale Sint Michiels- en Sint Goedelecokathedraal.

Standbeeld voor Kardinaal Mercier (1851-1926)

Langs de kathedraal en het standbeeld van kardinaal Mercier klimmen we naar de Koloniënstraat. Daar zijn we dan op de hoek van het Warandepark, hét stadspark van Brussel. Aanvankelijk was het het jachtgebied dat bij de vesting op het St. Gorikseiland hoorde, ongeveer een kilometer van het park, nog voorbij de Grote Markt. Toen de eerste graven van Leuven zich op de Koudenberg vestigden namen ze ook de bossen on het huis in bezit en werd wat nu het Warandepark is min of meer de kasteeltuin, waar nog altijd wilde dieren voor de jacht in leefden. Een kleiner deel aan de andere kant van het kasteel werd meer een siertuin.

In 1731 zorgde een grote brand ervoor dat niet alleen het paleis, maar ook de Warande ernstige schade opliep. Na die tijd werd er het huidige stadspark aangelegd binnen een groots plan om de hele wijk te herinrichten in Franse stijl. De Oostenrijker Joachim Zinner (1742-1814) was verantwoordelijk voor de aanleg. Zinner was eerder verantwoordelijk voor de herinrichting van het Zoniënwoud, nu onderdeel van UNESCO’s werelderfgoedlijst als een van de oude beukenbossen in ‘de Karpaten en de rest van Europa’.

Het Warandepark heeft enkele aardige doorzichten en twee vijvers. Ook is er het Koninklijk Parktheater, dat in 1782 gebouwd werd. Langs de in de lengte lopende hoofdlaan komt langzaamaan het Koninklijk Paleis van Brussel in zicht. Dit staat op de plaats van het reeds genoemde Kasteel op de Coudenberg. Het middeleeuwse kasteel werd in de 15’de eeuw onder Filips de Goede verbouwd en vergroot tot een vermaard paleis dat door hem en zijn opvolgers gebruikt kon worden om de Bourgondische landen, waar het hertogdom Brabant inmiddels deel van uitmaakte, te kunnen besturen. Ook Karel V maakte nog gebruik van het paleis en hij deed er troonsafstand ten gunste van Filips II. Deze verkoos Spanje als zijn thuis, maar het kasteel bleef in gebruik bij de opeenvolgende landvoogden, eerst de Spaanse, en na 1713 de Oostenrijkse bestuurders van de Zuidelijke Nederlanden.

Spiegelzaal in het koninklijk paleis

In 1731 brandde het hele paleis af en alles wat nog overbleef verdween in 1775 bij de herinrichting van de wijk. Er kwamen op de plek van het paleis enkele residenties, die van de gevolmachtigd minister en de militaire bevelhebber van het Oostenrijkse bestuur. Beide gebouwen gingen op in het Koninklijk Paleis, dat in opdracht van koning Willem I tussen 1820 en 1826 werd gebouwd. De bekende Vlaamse bouwmeester Tieleman Suys (onder andere bekend van de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam) was hoofdverantwoordelijk voor de bouw.

Koning Leopold I was niet heel erg gelukkig met zijn nieuwe paleis, maar pas aan het eind van zijn leven werd een omvangrijk verbouwingsplan in gang gezet, dat pas onder zijn opvolger Leopold II voltooid werd. Hij richtte er een Congozaal in, maar koning Albert was daar niet zo gecharmeerd van en en liet alle wanden bekleden met spiegels, vandaar dat dit nu de Spiegelzaal is. Het is gelijk een van de meest bezienswaardige zalen van het paleis, waar in 2002 een plafond werd aangebracht bestaande uit de groene schildjes van 1.500.000 juweelkevers.

Sinds jaar en dag wordt nog een klein deel gebruikt als werkpaleis van de koning, waar hij de rest van het jaar op het Kasteel van Laken in het noordwesten van de stad woont. De rest van het complex is opengesteld voor publiek en daar laven we ons de laatste uren van ons bezoek aan Brussel aan.