Linksboven: de voorgebouwen van de lijnbanen van de VOC en de Admiraliteit. Let op de gedenkplaat voor Peter de Grote; rechtsboven: Het Nieuwe Magazijn uit 1720; linksonder: De Van Gendt-hallen, gebouwd vanaf 1897, genoemd naar de architect A.L. van Gendt en zijn zonen; rechtsonder: nieuwbouw op Oostenburg: het INIT-gebouw (1999-2005)

In weerwil van alle inspanning om aan den weeken grond genoegzame vastheid te geven, gebeurt het maar al te dikwijls, dat het gewigt van het gebouw een gedeelte der ingeheide palen dieper indrukt of doet uitwijken (…). Zoo verzonk b. v. in 1822 het groote oostindische zeemagazijn in Oostenburg te Amsterdam, omdat de palen uitgeweken waren, en men te zwaren last in het gebouw opgehoopt had;

 

Deze passage vind je in het boek van Terwen op bladzijde 37. Op Oostenburg ga ik dus een kijkje nemen.

Met de groei van de handel in Amsterdam en de oprichting van de VOC in 1602 en de WIC in 1621 groeide de behoefte aan ruimte voor pakhuizen en werkplaatsen ten behoeve van de scheepvaart. Vanaf 1650 werden hiervoor kunstmatige eilanden aangelegd door aanplemping. Kattenburg, waar het Scheepvaartmuseum en de voormalige marinewerf ligt, was het eerste, Wittenburg en Oostenburg volgden al snel. Oostenburg, met een oppervlakte van 25 hectare, werd in 1665 ingericht met het Oost-Indisch Zeemagazijn naar ontwerp van Daniël Stalpaert (1615-1676), die eerder, in 1656,  al een kleinere versie had opgeleverd in ’s Lands Zeemagazijn, het juist genoemde museum. Het nieuwe zeemagazijn was in alle opzichten het grootste gebouw van de stad, met een lengte van meer dan 200 meter langs de westelijke kade van Oostenburg gelegen. Naast het enorme pakhuis verschenen er zogenaamde lijnbanen, de touwslagerijen die ten dienste stonden van de zeilvaart. De feitelijke lijnbanen zijn verdwenen, maar de bijbehorende ‘directiegebouwen’ aan de Oostenburgergracht staan er nog in volle glorie. Hier werkte naar verluid tsaar Peter de Grote mee om het scheepsvak te leren, zoals een gedenkplaat op het Admiraliteitsgebouw laat zien. Ondanks de enormiteit van het Oost-Indisch zeemagazijn werd er in 1720 nog een pakhuis toegevoegd midden op het eiland. Ook dit Nieuwe Magazijn is nog te bewonderen en is verbouwd tot een luxe appartementencomplex.

Na het verval en het faillissement van de VOC leden de gebouwen een kwijnend bestaan. Onderhoud werd niet meer gepleegd en dit leidde in 1822 tot bovengenoemde ramp. Een deel van het Oost-Indisch zeemagazijn stortte in en nam geleidelijk de rest in zijn vaart mee.

Zicht op de Groenburgwal, of toch niet?

Na het opruimen van de puinhopen kreeg Oostenburg een nieuwe industriële bestemming. In 1827 werd door de ondernemers Paul van Vlissingen (1797-1876) en Abraham Dudok van Heel (1802-1873) de Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, later verkort tot Werkspoor N.V., opgericht, in zijn tijd de grootste machinebouwer van Nederland. Het is nu, samen met latere fusiepartner Stork, onderdeel van de Finse multinational Wärtsilä. Naast de bedrijvigheid op Oostenburg werd ook een groot fabriekscomplex in Zuilen bij Utrecht aangelegd.

Ingang van de Groenburgwal

Met de groei van Werkspoor werden ook nieuwe fabriekshallen gewenst. De bekende architect Dolf van Gendt (1835-1901) kreeg de opdracht ze te ontwerpen. Vanaf 1897 werd onder zijn leiding (en na zijn dood die van zijn zonen Johan en Dolf jr.) de bouw uitgevoerd. Nadat Werkspoor het terrein verlaten had kwamen de fabriekshallen ter beschikking van kunstenaars. Ze heten in de volksmond, naar de makers, de Van Gendthallen.

De achterzijde van Oostenburg kreeg pas in de laatste 20 jaar een nieuwe bestemming. Hier staat het grote INIT-complex van architectenbureau Groosman Partners, waar onder andere De Persgroep Nederland en enkele afdelingen van de Gemeente Amsterdam in gevestigd zijn.

Ingang van de Zwanenburgwal met links Zwanenburg en rechts Vlooienburg. Merk op dat het witte hoekhuis op de plaat goed herkenbaar is.

Ik fiets door naar de Amstel om weer zo’n mooie plaat op te zoeken. Vandaag is het gezicht op de Groenburgwal aan de beurt. Maar wat nu? Een kleine uitglijder van de samensteller, want we kijken op de plaat niet naar de Groenburgwal, maar wat tegenwoordig de Zwanenburgwal heet. Op oude kaarten heette die de Verwersgracht en deze scheidde Vlooienburg en Zwanenburg, twee aan het einde van de 16’de eeuwse aangeplempte eilanden (de Amstel was hier voorheen minstens tweemaal zo breed!).

Het grote gebouw rechts is het Gereformeerde Diaconieweeshuis, dat in 1657 gebouwd werd op de plek waar nu de Stopera staat. In 1888 zou het gebouw van het jongensweeshuis afgebroken en vervangen worden door een nieuwe versie in neo-renaissancestijl en deze zou tot 1975 bestaan.

Ook duidelijk en op de juiste positie zie je de Zuiderkerk. Omdat deze op de foto bijna niet te zien is heb ik het vermoeden dat de tekenaar op een verhoging gestaan moet hebben of wellicht op een etage van de huizen achter ons heeft gezeten.

Volgende keer nemen we een kijkje op de Plantage en bij het Entrepotdok..

 

Meer weten over de geschiedenis van Vlooienburg en Zwanenburg? Lees dan dit interessante artikel: http://www.theobakker.net/pdf/vlooienburg.pdf