De derde plaat die ik ‘op zijn plaats’ wil zetten is die van de Oude Teertuinen. Waar zijn die gebleven?

De Oude Teertuinen was tot 1879 het deel van de huidige Prins Hendrikkade tussen het Kamperhoofd en het begin van het Damrak, waar tot 1643 de teerkopers werkten. Het Kamperhoofd was lange tijd een vooruitgeschoven punt in het IJ met daarop een bastion, vermoedelijk om dat daar in de buurt de schepen uit Kampen aanlegden. Toen de stationseilanden werden aangelegd kwam hier in 1876 er tussen het Kamperhoofd en het centrale stationseiland een brug, die toepasselijk Kamperbrug genoemd werd. In 1963 kwam de huidige versie van de brug.

Prins Hendrikkade (Oude Teertuinen) vanaf het Kamperhoofd

In 1858 was het, zeker in de winter, nog een onguur oord. Hier waren de louche schipperscafés en maar ietsje verderop beginnen de Zeedijk en de Wallen. Om het hoekje de andere kant op lag een ander verdedigingswerk aan het IJ, de Schreierstoren. Precies op deze hoek is het bekende café de Zeepost. Hier voor de deur moet ongeveer de tekening gemaakt zijn die bij pagina 36 van het boek te vinden is.

Binnen-Amstel vanaf de Hogesluis

Wat je op de plaat ziet is ook weer vrijwel onherkenbaar. Het grote bouwwerk links was Gebouw het Zeerecht, dat op de kade aan de zuidkant van de Oude Teertuinen stond, aan een pleintje dat de Slijpstenenmarkt werd genoemd. Hier werd recht gesproken over zaken die schippers aangingen. Toen Terwen hier rondliep was het een soort van havenkantoor, in 1878 werd het afgebroken. Tien jaar later had je, en heb je nog steeds, het Victoria Hotel, 200 meter verderop, vol in beeld. Voor het hotel en de naastliggende gebouwen verdwenen veel historische gevels. Door de mast en ra van het meest vooruit gelegen schip is wel het bekende gebouw op de hoek van de Martelaarsgracht zichtbaar, een van de oudste nog bestaande café’s in de stad: Karpershoek. Daarna en daarnaast weer van alles wat later kwam: de Posthoornkerk, die in 1860 voltooid werd, het Noord Zuid Hollandsch Koffiehuis (nu een vestiging van Loetje) uit 1911 en noem maar op. Ook verdwenen, in 1876: de Nieuwe Stadsherberg, helemaal rechts op de plaat en laatste toevluchtsoord voor wie de stad niet meer in kon. Ironisch genoeg staat ongeveer op dezelfde plek een modern Ibishotel.

Ooit het grote niets, nu de Torontobrug

Het is wel interessant om even de singels af te fietsen, de oude stadsgrens, gevormd door de Marnixstraat, Weteringschans en Sarphatistraat. teneinde op de Hogesluis een kijkje te nemen hoe de waarnemer die van de landzijde kwam de stad gezien zou kunnen hebben. Dat valt best mee, je staat hier immers op de rand van de ambitieuze uitleg van 1662, toen het Amsterdam nog voor de wind ging. Dat het na 1680 minder ging is goed te zien. Op de linker oever van de Amstel zijn nog wel gevels te bespeuren, die in de laatste jaren voor 1700 gebouwd werden, maar rechts werd alleen een rijtje aan de Amstel tussen de Blauwbrug en de Nieuwe Prinsengracht gebouwd, met het diaconiehuis van de gereformeerde gemeente, de latere Amstelhof en nu Hermitage Amsterdam, in 1683 als eerste. Een flink deel van de driehoek tussen de Amstel, de Muidergracht en de Sarphatistraat werd niet eens bebouwd en kreeg een bestemming als (o.a.) stadstimmertuin en ‘stadsbelten’, totdat de UvA zich er ging vestigen.

Het Amstelhotel (1863-1866)

Kijken we achter ons dan moet Terwen in bijna het grote niets gekeken hebben. De Pijp was er nog niet en zelfs niet bedacht, het Amstelhotel was er ook nog niet, al zal Samuel Sarphati al wel met de gedachte rondgelopen hebben. Het enige dat er wel was, was het station Weesperpoort, het Amsterdamse beginpunt voor de spoorlijn naar Arnhem en in 1843 geopend. Terwen zal de juist voltooide gietijzeren overkapping gezien hebben. Het station zou in 1939 buiten gebruik worden gesteld en het jaar erop afgebroken.

Volgende keer kiezen we een plekje aan de Binnen-Amstel.