Standbeeld voor De Koe in de Toren (Jits Bakker, 1980)

Voor we Kampen verlaten wil ik het nog even hebben over de bijzonderheden van de Kampenaren: ze schijnen nogal dom te zijn! Hoewel uit de voorgaande stukjes het tegendeel blijkt is er een hardnekkig bijgeloof, dat in de 19’de eeuw ontaard is in de Kamper Stukjes, later Kamper Uien genoemd. Wie ze verzonnen heeft? Niemand die het weet, maar een Kampenaar, een zekere kunstschilder Jan Jacob Fels (1816-1883), verzamelde ze, berijmde en illustreerde er zes in 1844. Twee drukken met uitbreidingen tot in totaal 15 stuks verschenen in de volgende 10 jaar. De volksverhaaltjes zijn nog altijd populair. Aan het meest bekende verhaal ‘De koe aan de toren’ is zelfs een standbeeld gewijd. Dat is wel wat anders dan vroeger, toen veel Kampenaren zich schaamden voor het werk van Fels.

Muurreclame voor een uitgave van de Kamper Uien

Fels heeft de verhalen niet verzonnen, maar slechts verzameld. Waarschijnlijk zijn de meeste veel ouder en in ieder geval was er al een bloemlezing uit 1766 die hij mogelijk gekend heeft. Ook Jacob van Lennep rept er over, lang voor Fels er mee bezig is. In een Duits verhalenboek, de Wendunmuth uit 1563 worden de Kampenaren voor het eerst op lichtzinnige wijze besproken. Het oudst bekende echt opgetekende verhaal is uit 1656 en gaat over een Kampenaar die niet over het ijs durft omdat hij er wellicht door zal zakken. Daarom laat hij zich dragen… Een andere uit dezelfde tijd gaat over de bouw van een nieuwe stadstoren, waarin men vergeet een trap aan te brengen. Naast de Ui van de koe is ook De steur met de bel zeer bekend: de bisschop komt op bezoek en men wil hem steur voorzetten, alleen is hij verlaat, dus besluit men de steur in de IJssel uit te zetten met een bel om zijn nek zodat hij wanneer de bisschop gearriveerd is, opnieuw gevangen kan worden.

Een deel van de verhalen deelt Kampen met Dokkum, een stad waar de bestuurders ook nog wel eens eigenaardige besluiten schenen te nemen. Het verhaal van de Koe in de toren komt ook niet alleen in Kampen voor, maar wordt ook verteld van het Belgische Hasselt.

Hiermee sluit ik het vierluik over Kampen af.