Tegenwoordig zou je er niet meer over denken om je land te gaan beschrijven. Daarvoor is alles veel te complex geworden. In de 19’de eeuw was dat wel anders. Zo waren het Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp die in 1823 een wandeling door het land maakten als adellijke heren op een Grand Tour, maar dan dichtbij huis. Zij (vooral Jacob overigens) beschreven in dagboeken wat ze zagen en wie ze ontmoetten, het was een globale samenvatting over de staat van het land en er werd vooral aan het netwerk gemetseld. Hoewel ook België er nog bij hoorde kwamen ze nooit zuidelijker dan Breda en een provincie als Limburg keurden ze helemaal geen blik waardig, veel te katholiek allemaal.

In 1856 kwam er een nieuwe poging om het land te beschrijven. Deze keer was het de Goudse auteur Johannes Leonardus Terwen (1813-1873) die voor het voetlicht trad met ‘Het Koningrijk der Nederlanden, voorgesteld in eene reeks van naar de natuur geteekende schilderachtige gezigten’. Het lijvige werk, 800 pagina’s in drie delen, in 1858 bij G.B. van Goor uitgegeven, is in originele staat een kapitaal waard, maar in de jaren 70 van de vorige eeuw werd het opnieuw uitgegeven en dat boek, nu in één deel, is antiquarisch nog wel tegen schappelijke prijzen te krijgen. Sinterklaas maakte me er erg blij mee.

Terwen loopt letterlijk het hele land door en dankzij de creatief uitgezette route mist hij bijna geen enkele plaats. Vaak worden de beschrijvingen beperkt tot de aanwezigheid van een of meer kerken (om het even van welke geloofsrichting), maar bij grotere plaatsen wordt nauwkeurig vermeld hoe de nijverheid in elkaar steekt en volgt een opsomming van de bedrijven ter stede en hoeveel. Ook worden gebouwen van belang bezocht en beschreven en komen hoogtepunten uit de geschiedenis langs (we zouden dat tegenwoordig een canon noemen). Ondanks dat het ruim 160 jaar geleden geschreven is, leest het makkelijk weg. Nergens een woord van kritiek ook. Het Nederland van 1858 komt over als een land waarin het fijn is om te leven en te werken. Armoede is er natuurlijk nog volop, maar niet zo veel meer als 30 jaar eerder. Politiek wordt vermeden, de helden van de 19’de eeuw en daarvoor worden vaak ook nu nog in de geschiedenislessen ter sprake gebracht, al hebben sommige van die helden dankzij voortschrijdend inzicht en beter historisch onderzoek smetten opgelopen.

Het land is in die ruim 160 jaar vrijwel onherkenbaar veranderd. Allereerst het vervoer: auto’s en fietsen waren er nog niet, het spoorwegnet stond nog in de kinderschoenen. Om van A naar B te gaan moest dat dus letterlijk te voet over bijna altijd onverharde wegen en hier en daar moest een waterweg met een veerpont overgestoken worden. En dan is er natuurlijk de enorme schaalvergroting van de plaatsen. Kijkend naar Amsterdam: hier woonden en werkten 250.000 mensen binnen de singelgracht en daarbuiten was gewoon vrijwel niets. De eerste stadsuitbreidingsplannen werden pas eerst in 1867 gepubliceerd door J.G. van Niftrik. En verworpen, want de stadsregering  vond het allemaal te duur. Als Terwen op de Hogesluis naar de stad kijkt kan hij niet vermoeden dat achter zijn rug nog tientallen vierkante kilometers woonwijken zullen worden gebouwd, de eerste al zo’n 20 jaar na zijn aanwezigheid. Hij zal het niet meemaken.

Het boek is verluchtigd met 136 gravures en die zijn een lust voor het oog. Bijgaand de eerste twee en een poging om op dezelfde plek een foto te maken. Bij de Montelbaanstoren is dat aardig gelukt, maar het stadsgezicht vanaf de overkant van het IJ is verstoord door het Stationseiland, 30 jaar na Terwen’s bezoek aangelegd en in de afgelopen 20 jaar nog eens aanzienlijk veranderd. Als je op een afstandje staat, ter hoogte van het Tolhuis, kun je nog net de toren van de Oude Kerk boven het stationsdak uit zien steken, maar verder is er niets te zien. Zelfs als je het station weg zou denken dan zie je nog veel bouwwerken die er in 1858 niet waren zoals het Scheepvaarthuis, de Nicolaaskerk en het Victoria Hotel, gelegen aan een Prins Hendrikkade die er toen ook nog niet was. Deze kreeg bij het overlijden van de jongere broer van koning Willem III in 1879 pas zijn naam.

 

 

 

 

 

 

 

In de komende periode ga ik op zoek naar de plaatsen waar Terwen geweest is. Zijn die gebouwen er nog en wat hebben ze dan voor functie. En als niet, wat is er nu?