Guadix is een stadje van bijna 20.000 inwoners in een van de heetste delen van Andalusië. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de mensen sinds jaar en dag onder de grond wonen, want hier is de grootste collectie grotwoningen van de streek. We rijden er even langs om te zien hoe het er hier uit ziet.

Stuk Moorse verdedigingsmuur

Hiernaast heeft de stad een bescheiden centrum met een barokke kathedraal op de resten van een moskee, zoals wel vaker hier gebeurt. De moskee was gevestigd in een voormalige Visigotische kerk en bij de herovering op de Arabieren in 1489 weer teruggebracht tot een katholieke kerk. De kathedraal is gewijd aan Onze Lieve Vrouwe van de Incarnatie (de ‘menswording van God’) en werd gebouwd door Diego de Siloé die ook verantwoordelijk was voor de kathedraal van Granada. De Siloé heeft nooit de voltooiing gezien, want deze duurde maar liefst twee eeuwen en dat is behoorlijk lang voor een kerk van na de Middeleeuwen. De bouw werd wegens gebrek aan geld namelijk steeds stilgelegd.


Naast de kathedraal is er ook nog een Alcazaba, een Moors stadskasteel uit de 11’de eeuw en het een na oudste deel van de stad. Wat is dan wel het oudste deel? Dat is pas in 2007 ontdekt, een Romeins theater aan de voet van de kathedraal. Het dateert van de vroege eerste eeuw en werd verlaten in de derde eeuw, toen de Romeinen uit hun koloniën in Spanje vertrokken. Het grootste deel viel ten prooi aan het (letterlijke) vandalisme van latere generaties en in de Moorse tijd werden de restanten goed genoeg geacht om tot bouwmateriaal voor hun eigen residentie te dienen. Inderdaad, het Alcazaba bestaat voor een deel uit de Romeinse blokken.

Na een proces van jaren werd het terrein in 2012 eindelijk in de staat gebracht om toeristen te ontvangen. Guadix had er een serieuze attractie bij.

Maar morgen nemen we afscheid van de streek en bezoeken we Baeza.