Standbeeld van Filips IV op het Plaza de Oriente

Plaza de la Armeria

Madrid is sinds 1561 de hoofdstad van Spanje. Hadden Ferdinand en Isabella nog hun uitvalsbasis in Granada, dat ze als laatste terugveroverd hadden op de moren, hun kleinzoon Karel I (die wij natuurlijk kennen als keizer Karel V) verschoof de hoofdstad naar Toledo en ten slotte, in 1561, zijn zoon Filips II naar Madrid, waar hij in de buurt zijn eigen kloosterpaleis (El Escorial) wilde laten bouwen. De bouw daarvan startte in 1563.

In de 9de eeuw werd hier een eerste moskee met een alcázar gebouwd en lange tijd bleef dit in stand, ook toen in 1085 Madrid werd heroverd. De moskee werd een katholieke kerk, gewijd aan de maagd Almudena en het alcázar werd tot werkpaleis verbouwd door Filips II. Het viel op 24 december 1734 ten prooi aan een brand. Hierna nam koning Filips V het initiatief voor de bouw van een nieuw paleis, dat alle Europese paleizen in de schaduw zou zetten. Ook vandaag de dag is dit enorme bouwwerk het grootse in zijn soort ter wereld.

Kathedraal de Nostra Señora de Almudena

De eerste bouwmeester was de Italiaan Filippo Juvarra, maar voordat hij goed en wel aan de slag was overleed hij al, waarna zijn leerling en landgenoot Juan Bautista Sachetti het overnam, deze werd de hoofdarchitect.

Arabische muurresten

De eerste steen werd gelegd in 1738 en daarna duurde het nog 17 jaar voordat het helemaal af was, Filips V maakte dus de voltooiing niet mee, wel zijn zoon Ferdinand VI. Vanaf die tijd en tot aan het uitroepen van de republiek in 1931 was het een woon- en werkpaleis. Daarna werd het nog een korte tijd bewoond door de laatste president van Spanje Manuel Azaña. Zijn kantoor is nog terug te vinden tussen de ruim 3400 kamers en zalen: het is naast de kapel.

Vandaag de dag is het niet meer permanent bewoond en delen van het paleis zijn voor het publiek opengesteld.

Naast het paleis ligt de al even groteske Almudenakathedraal, genoemd naar de Madonna van Almudena, een beeldje dat volgens de legende in 1085 gevonden zou zijn bij de herovering van Madrid op de moren. Koning Alfonso VI van Léon zou de vondst meteen aangegrepen hebben om op de plek van de de oude moskee van het Alcázar een aan haar gewijde kerk te bouwen. In de 16e eeuw, toen Filips II Madrid tot administratieve hoofdstad maakte, waren er al plannen om de kerk te vervangen door grote kathedraal, maar de uitbreiding van het wereldrijk en de daarmee gepaard gaande kosten kregen voorrang en de kathedraal van Toledo was niet al te ver weg. Pas in de 19e eeuw kwamen de plannen weer uit de kast en ten slotte werd in 1883 de eerste steen gelegd door koning Alfonso XII. De bouw duurde 10 jaar en daarna stond er een flinke kerk in drie neo-stijlen: de buitenkant is neo-classicistisch, de binnenkant neo-gotisch en de crypte neo-romaans. Honderd jaar na de voltooiing, op 15 juni 1993, kwam paus Johannes Paulus II uit Rome over om de kerk tot kathedraal de wijden. Aan de achterzijde van de kathedraal zijn overigens nog muurresten te vinden uit de Arabische tijd, de enige die er nog in Madrid zijn.

Campo del Moro, naar het paleis gezien, in het midden de laat 18de eeuwse Schelpenfontein, hier in 1845 geplaats.

Na een wandeling van ongeveer 10 minuten komen we bij de ingang van de tuinen van het koninklijk paleis. Aan de noordzijde van het paleis zijn de Jardines de Sabadini met de doolhofachtige aanleg, aan de westzijde ligt het 20 hectare grote Campo de Moro, een park dat vanaf 1844 is aangelegd in opdracht van koningin Isabella II. Voor die tijd waren er ook wel plannen om een park aan te leggen, maar het ene na het andere ontwerp sneuvelde of er was geen geld voor. De huidige inrichting is voornamelijk van rond 1900.

Het paleis ligt, vanaf de weg en de ingang gezien veel hoger en dat komt omdat we in een rivierdal lopen, van Madrid’s stadsrivier de Manzanares, een 92 kilometer lange rivier in het stroomgebied van de Taag. Zou je de Manzanares oversteken dan kom je in een veel groter park terecht, Casa de Campo, dat maar liefst 17 km² beslaat.

De wandeling gaat verder via de Montaña de Principe Pio naar het Plaza de España waar de wandeling en het bezoek aan Madrid eindigen.